1. School is een gemeenschap

Goed onderwijs begint bij een prettige sfeer. Onze scholen bieden met elk ca. 390 leerlingen de menselijke maat en een veilige sociale omgeving. Elke leerling weet zich gekend en gezien. Docenten zijn zichtbaar voor en betrokken bij alle leerlingen. Ze voelen zich niet alleen verantwoordelijk voor hun vak, maar ook voor het reilen en zeilen van de school en de leerlingen.

We geven les in kleine klassen (16 leerlingen), waardoor docenten elke leerling ruim voldoende aandacht geven. Dat onderscheidt goed van middelmatig onderwijs.

2. Goed onderwijs kost tijd

We roosteren voor elk vak ruim voldoende tijd in. Onze klassen zijn bovendien ingedeeld naar tempo en niveau. In de ene klas benut een docent de extra tijd om zaken nog eens te herhalen, in de andere klas om verdieping te geven.

3. We houden de organisatie eenvoudig

De kleine klassen zijn betaalbaar doordat we weinig 'overhead' hebben: Meer docenten, minder managers. De school is daarom zo georganiseerd dat er ook minder managers nódig zijn. We maken duidelijke keuzes, lopen niet mee met elke onderwijskundige mode en benutten slimme ICT. Bovenal laten we verantwoordelijkheid bij docenten en stellen hen met kleine klassen ook in staat die verantwoordelijkheid te nemen.

4. We werken doelgericht, niet regelgeleid

Protocollen, procedures en regels. Een gemiddelde school komt er in om, maar ze ontnemen het zicht op het doel: kinderen kennis en vaardigheden bijbrengen in een veilige omgeving. Geen enkele verzameling regels is in staat om zo'n complex doel te bereiken. Dat vergt juist voldoende ruimte om naar eigen inzicht te handelen. De beste handeling is niet die het protocol volgt, maar die het doel dichterbij brengt.

5. Samenhang tussen de vakken

De verschillende vakken sluiten goed op elkaar aan. Filosofie, dat een vast onderdeel is in de onderbouw, is een overkoepelend vak dat verbanden legt tussen de andere vakken. Het traint bovendien in het redeneren en debatteren. Ook kunstgeschiedenis en beeldende vorming zijn vaste onderdelen. Daarmee leggen we een verband tussen cognitie en emotie.

In de bovenbouw zijn er vaste combinaties van vakken om voor samenhang te zorgen. We geven bijvoorbeeld alle leerlingen met aardrijkskunde ook economie, terwijl we leerlingen met biologie ook altijd scheikunde geven.

6. Onderwijs is een vrolijke wetenschap

We staan open voor nieuwe ideeën en we zijn innovatief. We zijn geen ouderwetse school. Maar onze innovaties baseren we wel op feiten en wetenschappelijk onderzoek. Geen kwakzalverij in het onderwijs. Bij ons dus geen Nieuw Leren, leerpleinen, Finse methoden of vormen van doe-het-zelf onderwijs.

We beschouwen onderwijs als een wetenschap en we verzamelen daarom veel gegevens om te toetsen of nieuwe ideeën goed werken. We houden de ontwikkeling van onze leerlingen goed bij, onder meer met slimme apps en ICT. Als we een verbetering doorvoeren of een nieuwe lesmethode in gebruik nemen, zien we daardoor snel of het werkt en sturen bij als dat nodig is.


"Het grote voordeel van een kleine klas is dat een leraar je snel helpt. Heb je een vraag of snap je iets niet dan hoef je niet lang op uitleg te wachten. De lesblokken zijn lang, maar meestal worden lessen in twee blokken verdeeld. Eerst de uitleg in de klas, daarna gaan we zelf aan het werk. Dat werkt prima."

Bram Roest (14), klas 2D